Drive Against Malaria

1999:
Malaria is een groot gezondheidszorgprobleem in het noordwestelijk woestijndeel van Mali. In 26 woestijn-nederzettingen heeft DAM de introductie van de ziekte moeten vaststellen. De oorzaak is vooral gelegen in het meereizen van de malariamuskiet in de bagage van nomaden, de regenval in de woestijn, die kleine poelen met stilstaand water veroorzaakt en de import van malaria-infectie door individuen en het volledig ontbreken van gezondheidszorg. In alle 24 dorpen waren mensen met malaria geïnfecteerd.

Sahara

Door migratie; de verspreiding van malaria als een resulterende wisselwerking tussen dichtheid van drie componenten, namelijk: malariagevallen, het aantal mensen en vee in combinatie met kortstondige heftige regenval. Bij meerdere korte regens achter elkaar volgt er een uitbarsting van malaria-epidemieën.
Conclusie: de afwezigheid van medicatie tegen malaria en de import van malariagevallen door geïnfecteerde nomaden zijn de belangrijkste oorzaken van malaria in de woestijn in Mali. De eerste malaria-infecties in een dorp leiden tot een bijzonder snelle transmissie.

Samenwerking is essentieel in de strijd tegen malaria in Afrika, maar ook om gezondheidszorg voor iedereen beschikbaar te maken. Een goed voorbeeld daarvan is wat David en Julia in Mali is overkomen.

Soms komen zij op plekken in de woestijn, waar je dat totaal niet zou verwachten, grote nederzettingen tegen. Zoals in Mali, tussen Gao en Niafunke, waar - geheel ongebruikelijk - ver van de rivierdelta's, de Fulani zich hebben gevestigd. De Fulani zijn veehouders pur sang en de veestapel bestaat uit koeien en geiten. De stam die David en Julia tegen komen, is duidelijk een rijke stam. Ze bemoeien zich weinig met andere volkeren, maar staan in Mali in hoog aanzien.

Fulani

De vrouwen zijn herkenbaar aan de zwart geschilderde rand om de mond, ze dragen kleine gouden en zilveren ringen door de oren en de neus en een hele serie platgeslagen zilveren sieraden in een haarstreng. Ook dragen ze enorme amberen kralen, de kleinere in een haarstreng over het hoofd. Helaas zie je ze zo nauwelijks meer. Door de droogtes van de afgelopen decennia zouden ze al deze sieraden van de hand hebben moeten doen om nieuw vee te kopen.

Mali put

Om toch aan water te komen, hebben ze zelf een enorme diepe put geslagen van wel 60 meter diep. David’s vermoeden dat er vergeten stammen leven tussen Gao en Niafunke blijkt juist. En ook deze Fulani kunnen medische hulp goed gebruiken. Gelukkig hebben David en Julia het medische team van de Nederlandse Ambassade bereid gevonden deze stam te bezoeken en te helpen.

 

Citaat uit het boek (2009) 'Niemand weet waar ik ben' van Julia Samuël:

"…We hebben Bamako inmiddels achter ons gelaten en rijden door de barre Sahel, die grenst aan de Sahara. Een golvende zee van bleekgeel zand strekt zich voor ons uit; slechts hier en daar doemt een verdroogde graspol op, een eenzame woestijnstruik of een acaciaboom. De grillig gevormde zandduinen, die zich scherp aftekenen tegen het donkere purper van de hemel, zijn overgoten met zilverachtige schitteringen.

Wij zijn hier met een doel en een missie. Hier in de Sahel, met zijn stille melancholie die aan de eeuwigheid raakt, te midden van zijn verschrikkingen en zijn bekoringen, leven de nomaden van de woestijn: mooie mensen met een rijzige gestalte. Mensen die van oudsher geleerd hebben de elementen te trotseren en te overleven. David weet door zijn jarenlange Afrika ervaring veel over deze woestijn en zijn bewoners.

Het probleem met de Sahel is dat er nooit een betrouwbare kaart beschikbaar zal zijn van dit enorme gebied. Door de vele zandstormen die de eeuwenoude karavaanroute op tal van plekken onderstuiven, is het voortdurend in beweging. Na enkele dagen rijden bereiken we de eerste nederzetting. Ik heb geen idee wat mij te wachten staat. Mannen, vrouwen en kinderen rennen verbaasd op ons af, alsof we familie zijn die na een lange tijd van afwezigheid is teruggekeerd. Het voelt als een warme deken. Ik begroet een man die voor de ingang van zijn hut staat en vraag of ik naar binnen mag. Hij stemt toe en stapt opzij. Ik schrik enorm van wat ik daar aantref. Misschien juist omdat het in een zodanig schrijnend contrast staat met de hartelijke ontvangst van daarnet. De lucht is vervuld van het gezoem van vliegen en de doordringende geur van ziekte.

In alle gehuchten die we onderweg aandoen om te zien of er malaria heerst, treffen we hetzelfde beeld. Moeders die op ons af rennen met hun doodzieke kinderen in hun armen. Ouders die uitgeput zijn – fysiek, psychisch en financieel. De kinderen zijn verzwakt door ondervoeding, vitaminegebrek en bloedarmoede door malaria. Ze zijn aan het einde van hun krachten. Het is dieptragisch dat ze bij tijd en wijle een klein beetje te eten krijgen, maar uiteindelijk toch sterven door verzwakking. De armoede belemmert de totale gezondheidszorg. Ik vind het schrijnend om te zien dat er voor deze mensen geen enkele hulp beschikbaar is. De mensen smeken ons hun nederzettingen niet in de steek te laten. Dat is voor ons een krachtig signaal hoe noodzakelijk de hulp hier is..."